Sri Lanka

Waarom Sri Lanka?

In 1983 brak in dit land een bijzonder bloederige en wrede burgeroorlog uit. Hierbij stonden de door een meerderheid van Singaleze Boeddhisten gedomineerde regering en de Tamiltijgers (Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE), een afscheidingsbeweging die vocht voor een onafhankelijke staat in het oosten en noorden van het land, tegenover elkaar. Het conflict ontstond na de ontvoering door Singaleze militairen van een groep Tamil meisjes die op de schoolbus stonden te wachten. Ze werden gemarteld, onthoofd, verkracht en gedood.

Vanaf juli ’83 namen de opstanden en pogroms (aanvallen, moorden en plunderingen tegen een bepaalde bevolkingsgroep) enorm toe. In 1985 mislukte de onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van de Tamils en de regering. In de jaren negentig nam het conflict alleen maar toe en het land kwam in een geweldspiraal terecht. Na een korte wapenstilstand ten gevolge van de Tsunami werden de gevechten hervat. Dit duurde tot 2009 toen het LTTE zijn nederlaag moest erkennen.

Na dertig jaar burgeroorlog, toen de meeste oorlogsvluchtelingen nog maar net naar hun huis teruggekeerd waren kon een verzoeningspoging gewaagd worden.

Jammer genoeg bleef de discriminatie en onrechtvaardige behandeling van de Tamils gewoon bestaan. De verzoening in het noorden en oosten blijft beperkt tot de buitenkant: wegen en openbare gebouwen worden herbouwd, maar de Tamil bevolking blijft lijden onder de stigmatisering van de oorlog. En het zijn, zoals bij elk conflict, vooral de vrouwen en kinderen die de prijs moeten betalen.


Wie moeten er geholpen worden? De oud strijders en andere oorlogsslachtoffers

1. De oud strijders, in het bijzonder de voormalig kindsoldaten


In de burgeroorlog die vooral het noorden van Sri Lanka zwaar getroffen heeft, werden duizenden kindsoldaten (meestal tussen de 13 en 18 jaar oud) met geweld of “vrijwillig” geronseld om mee te vechten aan de kant van de Tamiltijgers. Ze zijn allemaal getraumatiseerd: bombardementen, beschietingen, explosies, martelingen, wreedheden, executies, verkrachtingen, anti-personenmijnen ze hebben het allemaal meegemaakt.

- Gedwongen rekrutering tegenover “vrijwillige” indiensttreding van kindsoldaten
Families die in de oorlog afgesloten waren van elke vorm van inkomen, toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en voedsel moedigde hun kinderen aan om zich bij het LTTE aan te sluiten. Sommige kinderen waren zelfs blij dat ze de burgerrechten van hun gemeenschap konden verdedigen, dat ze zich tegelijkertijd konden onttrekken aan de beperkingen van hun kaste en, in het geval van vrouwen en jonge meisjes, dat ze konden ontsnappen aan de “inferieure” status van hun vrouw zijn.

Vanaf het begin van de oorlog zijn er echter ook kinderen met geweld geronseld om gebruikt te worden voor het uitvoeren van allerlei kleine dagelijkse klusjes. Toen de organisatie tegen het einde van de oorlog hun nederlaag zag naderen en het aantal strijders zag afnemen voelden ze zich genoodzaakt om hun rangen met kinderen en tieners aan te vullen. De enige mogelijkheid voor jonge meisjes om een gedwongen rekrutering te voorkomen was een gearrangeerd huwelijk. Getrouwde vrouwen moesten voor het huishouden zorgen.

- Sociaal psychische problemen en beperkte bestaansmiddelen
Terwijl na 2009 in de rest van het land de oorlog vervaagd was tot niet meer dan een nare herinnering, bleven de oorlogswonden in het noorden nog een dagelijkse realiteit. Vooral de tussen de 45.000 en 90.000 (de cijfers verschillen nogal) vrouwen, oud strijders of weduwen, verdwenen volledig uit beeld. Ze hebben te kampen met ernstige lichamelijke problemen (verwond door een granaatinslag, amputatie,…) psychosociale problemen (gelieerd aan de gevolgen van de oorlog en het verlies van naasten) en met sociale uitsluiting. Ze zijn lange tijd bang geweest te worden gedood of gemarteld omdat ze deel uitmaakten van de rebellengroep. Tegenwoordig moeten ze werken om in de behoeften van hun gezin te kunnen voorzien. Maar hun werk leidt tot sociale uitsluiting, omdat tot nu toe traditioneel van vrouwen verwacht werd dat ze zich beperken tot het huishouden. Ze worden nu niet alleen geconfronteerd met de regeringsmacht, maar ook met het Tamil conservatisme.

2. Vrouwen als gezinshoofd

In de Sri Lankaanse samenleving is het traditie dat de vrouw zich bezighoudt met het huishouden terwijl de man voor het gezinsinkomen zorgt. Van deze laatste wordt verwacht dat ze over de noodzakelijke eigenschappen en opleiding beschikken om dat te doen, terwijl van vrouwen wordt verwacht dat ze zich op de achtergrond houden. Het was vanzelfsprekend dat de mannen aan het begin van de oorlog naar het front werden gestuurd, terwijl hun vrouwen en kinderen zonder enige financiële ondersteuning achterbleven. Voor het eerst ontstond de voor het noorden van het land unieke situatie dat het ongekende aantal van 40.000 vrouwen gezinshoofd waren geworden. De helft van hen is jonger dan 40 jaar; statistieken die laten zien hoe kritiek de situatie van die vrouwen en hun kinderen wel niet is. Onder die vrouwen vallen:- oorlogsweduwen,
- verlaten vrouwen,
- vrouwen waarvan de echtgenoot of de kinderen vermist zijn (onderzoek naar verdwenen familieleden),
- vrouwen waarvan de man ten gevolge van de oorlog gehandicapt is geraakt,
- en natuurlijk de vrouwen die vroeger strijder of kindsoldaat waren (zie hierover punt a).

 

3. De IDP'S, internally displaced persons, (binnelandse vluchtelingen) : de gerepatrieerden, de geherhuisvesten en de mensen die in een vluchtelingenkamp wonen

Tussen 2009 en 2017 zijn meer dan 430.000* Sri Lankanen teruggekeerd naar het district waar ze vandaan komen. 9.000 van hen zijn teruggekeerd naar een voormalig oorlogsgebied waar de oorlog alles op zijn weg heeft weggevaagd of naar gebieden die nog steeds door het reguliere leger worden bezet.

Sommigen zijn er in geslaagd om met eigen middelen weer een nieuwe leven op te bouwen.

De meesten hebben echter een beroep moeten doen op hulp van hulporganisaties (lokale en internationale).

  

 

4. Kinderen en jongeren  

De lokale partner en zijn drie projecten 
CFCD (Centre For Child Development) is een non-gouvernementele organisatie die sinds 1997 actief is in Jaffna. Zijn projecten worden in de districten Jaffna en Mullaitivu uitgevoerd. Zijn missie: vrouwen en kinderen uit het voormalige conflictgebied in noord Sri Lanka, die te lijden hebben gehad onder de oorlog, meer autonomie geven en hen een stabiele en veilige omgeving geven met gelijke onderwijskansen.

 

1. Naar financiële autonomie voor vrouwelijke gezinshoofden (Women-Headed Households):

2. Onderwijsproject

3. Repatriëringsproject voor binnenlandse vluchtelingen (IDP’s)

 
 
back to top